Heldenverhalen

2018-02-27 12.13.27

Over heldenverhalen:

Het is niet zo vreemd dat ik van verhalen houd vanwege mijn achtergrond als kleuterleidster. Later is die ontwikkeling doorgegaan en heb ik tijdens de cursussen, samen met mijn studenten vele prachtige bestaande verhalen (mythologie, sprookjes en films) bestudeerd en gecombineerd met kleurkoesteren in de mandala. Je kunt het uitgebreid vinden in het boek: “Sprookjes en oersymboliek in de mandala” .  En heldenverhalen/films zijn van alle tijden.

Een mythologisch verhaal lijkt op een voertuig, dat kwaliteiten, harde lessen en uitdagingen vervoert.

Het laat ook een reis zien, een cyclus, waarbij de held (en) van het verhaal uit hun gewone leven worden geslingerd, worden uitgedaagd tot op het bot, bondgenoten ontmoeten en helemaal veranderd terugkeren in het normale leven. Ze hebben zichzelf leren kennen en zijn volwassen geworden. Soms overlijdt/strompelt de held in deze laatste fase, want de terugkeer in het normale leven lukt niet altijd vanwege de littekens op de ziel, denk maar aan Frodo in het verhaal “In de ban van de ring” van Tolkien.

Joseph Campbell noemt dit de tocht van de held, de “monomythe” en het is van groot belang om te weten dat precies dit de reis vertolkt die ieder mens maakt.

Een aandachtspunt in deze tijd zijn de vele films, met net aanbod van Netflix als ultiem voorbeeld, om de monomythe te herkennen en de film meer inhoud te geven voor jezelf. Ook kinderfilms zoals die van Walt Disney, bijvoorbeeld Vaijana.

De meer inhoudelijke betekenis is voor mij een doorgaand studie-project. Dat wil ik hier graag delen met een nieuw verhaal, een mythe uit Alaska van lang geleden, uit de tijd dat de blanke mensen daar nog niet waren verschenen.

Oorspronkelijk is het een boek; ik heb het uit het engels vertaald en wel gelachen toen het boek al in het Nederlands vertaald was, maar het hielp wel met het omvormen tot een korter vertelverhaal.

De titel: “TWEE OUDE VROUWEN” uit het engels door Velma Wallis. Een mythologie over verraad, dapperheid en overwinning.

8 hoofdstukken

1: honger en kou eisen hun tol.

2: laten we in het harnas sterven.

3: de bekende vaardigheden weer oppakken.

4: een zware tocht.

5: een verborgen voorraadplek voor vis

6: verdriet in de stam.

7: de stilte verbroken.

8: een nieuw begin.

 1: HONGER EN KOU EISEN HUN TOL.

Dit verhaal speelt zich af in één van de meest bitter koude winters in Alaska, lang geleden. In een tijd ver voor de aankomst van blanke mensen.

– Hier wonen de nomadische stammen en ze noemen zichzelf het Volk.

– ‎De stam waarbij  dit verhaal zich afspeelt lijdt in deze winter sterk onder de bittere kou. Kariboes en elanden! onvindbaar, net als de kleinere dieren!

– ‎Daarom neemt de chief van deze stam een dramatisch besluit; de 2 oudste vrouwen van de stam, Chidzi en Saa, van 80 en 75 jaar, zullen worden achtergelaten, de rest: inpakken en wegwezen!

– ‎Zelfs van de dochter en de kleinzoon van Chidzi komt geen reactie. De mensen zijn murw van de honger en de kou , ja, de chief is blij dat er geen reacties komen, maar hij durft de vrouwen niet aan te kijken!.

– En Sroe Zoe, de kleinzoon, worstelt met zijn gevoel over dit wrede lot en zijn moeder Ozi Neli zegt ook niks! “niet protesteren” fluistert ze wel, “de mannen zitten op het randje, we kunnen niks!”

– Zij legt dan met terneergeslagen ogen een bundel babiche, kostbaar peesmateriaal voor het vissen en de jacht, neer bij haar versteende moeder.

– Hij pakt stiekem een kleine bijl, gemaakt van been en legt het buiten het gezicht van de mensen in een sparrenbosje neer. Met kleine gebaren en oogcontact laat hij het weten aan grootmoeder Chidzi

– ‎Dan trekt de groep langzaam weg en de vrouwen blijven achter.

– De vrouwen zitten bewegingsloos, in shock, bij hun kleine vuur. Saa pakt de kleine bijl met een glimlach van dankbaarheid uit de bosjes en zegt tegen Chidzi: ” Hoe dúrven ze, want wij werden dan wel geholpen met tent opzetten enzo, maar we werkten ook dagelijks mee en nu denken ze dat we nutteloos zijn!!

– Kijk,  als we hier blijven zitten  en wachten in deze stille felle kou, dan gaan we spoedig dood, mmmm……laat ze maar denken dat we oud en nutteloos zijn. Beste vriendin, als we dan zullen sterven , laten we dat dan actief doen, vechtend om te overleven. “

2 : LATEN WE DAN IN HET HARNAS STERVEN!

Chidzi herhaalt als in trance de woorden van haar vriendin; ze weet dat het waar is!

– Saa helpt haar opstaan, ze verzamelen hete kooltjes uit de andere smeulende vuren en nemen ze mee voor hun volgende kampvuur.

– voordat de nacht valt zetten ze konijnenvallen en een eekhoorn moet het met de dood bekopen als Saa de kleine bijl nauwkeurig werpt; ze wist niet dat ze het nog kon!

– Ze bereiden het kleine dier, eten en kruipen in de tent , die uit gebogen sparrenstammen , kariboehuiden  en dierenvellen bestaat. Hun frèle lichamen zinken neer in slaap.

– Ze worden wakker van een kreet in de nacht ; Ze komen onmiddellijk in actie, een konijn in de val, die grijpen ze en ze slapen weer verder!

– Chidzi wordt als eerste wakker, stookt het vuur op, neemt de tijd om de donkere gedachten weg te duwen en op deze schemerige ochtend te genieten van het glanzende Noorderlicht.

– Nu pas realiseert ze zich hoe de jongere stamgenoten altijd trouw voor hun warme vuur hebben gezorgd.

– Sa wordt  wakker van het knetterende vuur, wrijft haar pijnlijke nek . Ze ziet de  gezichtsuitdrukking van haar vriendin en maakt een opbeurend grapje.

– Dat werkt niet; Chidzi spreekt haar wanhoop uit, huilt en zegt dat ze wel de oudste is, maar nu op een baby lijkt.

– Ze is verbaasd als Saa het daar roerend mee eens is, ja, ze hebben zelf het beeld aan de jongeren afgegeven dat ze afhankelijke oude vrouwen zijn.

– Saa ziet de tranen over Chidzi’s wangen rollen en spreekt verder met ál haar gevoel: ” maar we gaan het tegendeel bewijzen en als we dan doodgaan, dan níet op die hulpeloze manier, NEE, als we dan toch doodgaan, laten we knokken om te overleven.”

3: DE BEKENDE VAARDIGHEDEN WEER OPPAKKEN.

– Ze beginnen met een oude vaardigheid; ze maken sneeuwschoenen uit berkenhout.

– Met naalden in hun pijnlijke vingers en smalle leerstroken krijgen ze het voor elkaar…en.. ze vangen nog een konijn. Met een licht hart maken ze plannen die avond; dit oude kamp te verlaten en een nieuwe plek te zoeken. “Ik weet een goeie kreek, we vingen daar toen heel veel vis, en deze plek is naar; hier zijn we aan ons lot overgelaten” zegt Chidzi.

– ‎Ze zijn ook beducht voor andere rondtrekkende stammen want hongerige mensen doen dus rare dingen.

– ‎De kariboe huiden zijn niet alleen handig als tentdek, maar ook ook om hun spullen in te verpakken!

Ze vouwen het dicht met stroken leer en slepen zo’n pak achter zich aan. De lange tocht begint door de droge diepe sneeuw , op hun nieuwe sneeuwschoenen.

– Pas als de nacht al om hen heen is, besluiten ze hun tijdelijke kamp op te zetten en een kampvuur te maken.

– ‎Ze koken het eekhoornvlees, drinken van de bouillon en vallen in een diepe, droomloze slaap.

– ‎Maar de in ochtend komen hun overbelaste oude lijven niet echt goed op gang en kost het tijd om hun pijnlijke gewrichten in beweging te krijgen.

– ‎Uiteindelijk hebben ze hun eekhoornontbijt opgekauwd en de reis gaat verder.

– OOO, ‎Deze dag is één van de zwaarste; vallen, opstaan, de dikke damp van eigen adem, stijve gewrichten, opgezwollen voeten!

– ‎Na al die lange uren slaan ze hun kamp op aan een groot meer

– ‎Net als gisteren graven ze een put in de sneeuw, vullen die met sparrentakken en hullen zich in hun bontdekens.

– ‎Sa wordt het eerste wakker, steekt haar hoofd buiten de kuil en herinnert zich dat ze gisteren té moe waren om het dik bevroren meer over te steken.

– ‎Ze staat zachtjes op om Chidzi nog even te laten slapen. Ze glimlacht, want ze herinnert zich een gebeurtenis van kortgeleden: Chidzi en zijzelf hadden luidkeels geklaagd bij de stamgenoten, want ze waren hun wandelstokken vergeten in het vorige kamp.

– ‎En nu !! Geen sprake meer van stokken! Wat een wereld van verschil! Dit gaat ze zeker op het juiste moment tegen Chidzi vertellen, want die stokken! Ha ha !

– ‎Ondertussen is Chidzi wakker geworden; ze voelt zich miserabel, maar besluit haar vriendin daar niet mee lastig te vallen!

– ‎Ze klimt ook uit de kuil en Sa , die haar stille worsteling ziet steekt haar een hand toe en ze trekken verder over de eindeloze meren met gelukkig een goed richtinggevoel.

– in de 4e nacht is alles  gevat in het zilveren maanlicht ‎en de vrouwen staan aan  de rand van het moeras; wat een magische moment!!!

– ‎- ‎Chidzi maakt een grap; wie weet springen we ooit weer met gemak in dit land rond, en zijn we nu alleen maar te ongetraind; er is hoop.

– ‎Zo houden ze elkaar overeind, en ze steken uiteindelijk heel behoedzaam een rivier over, want zwakke plekken in het ijs  kan hun fataal worden.

– ‎Met hun laatste kracht slaan ze het kamp op .

4: EEN ZWARE TOCHT.

Die nacht leunen ze tegen elkaar aan, uitgeput.

-Ze horen het gehuil van de wolven niet eens meer.

-‎Chidzi wordt wakker van het zachte huilen van Sa: “we zijn murw, misschien hier blijven, zachtjes inslapen en niet meer wakker worden” denkt ze.

Maar… ze strompelen weer voort langs de rivieroever en zo gaan de dagen voorbij.

-‎ Eindelijk! De zesde dag slaakt Sa een kreet; ja, we zijn er! De ingang van de kreek ligt aan de overkant en na eindeloze uren zien ze de visrekken en het oude geraamte van een tent. Vol ontroering slaan ze de armen om elkaar heen. Het is zo dubbel, want nu voelt ook het verlies sterker!

-‎Hier kunnen ze nu hun echte kamp maken en rusten, want de meest bittere winterkou moet nog komen. Sporen van konijnen, dus zetten ze vallen.

-‎ Het is ook vreemd nu ze meer rust hebben en samen bij het vuur zitten. Voordat ze werden verlaten deelden ze alleen maar de gewoonlijke prietpraat en klaagzangen, dus zitten ze daar, zwijgend en gespannen.

-‎ plotseling begint Chidzi haar levensverhaal te vertellen:

-‎Toen ik klein was,  is mijn grootmoeder, die blind was en ook niet meer kon lopen, ook achtergelaten. Ik herinner me ook hoe erg het was, en ook om een lege maag te hebben.

-‎Saa glimlacht begrijpend, want ook zij heeft pijnlijke jeugdherinneringen.

-‎Ze vertelt: ik groeide op als jongen met mijn broers. Mijn moeder wilde me als meisje opvoeden, maar dat lukte niet. Ik was goed in mannendingen. Ook onze stam kwam in een hongerperiode terecht; babies stierven. Toen er een kudde kariboes werd gesignaleerd werd het kamp opgebroken en ik was woedend op de chief die een oudje achterliet. Hij pikte mijn woede niet en liet mij daar ook achter; “dan zórg je ook maar voor haar”

– Ik werd dus ook achtergelaten en jaagde op alles wat bewoog. De oude vrouw stierf die winter en ik was helemaal alleen. Eenzaamheid maakte dat ik ging hardop ging praten tegen mezelf. Op een dag hoorde ik plotseling een stem: ” tegen wie praat jij?” Daar stond een grote man met zn

armen over elkaar te grinniken! Het bleek dat ook hij was verbannen vanwege strijd om een vrouw. Ik vertrouwde hem, we trokken samen op en werden een stel en opgenomen in de  stam. Later werd hij gedood door een beer, zó erg!”

Chidzi ziet haar vriendin voor het eerst zo geëmotioneerd en vindt dat Saa nóg geluk heeft gehad, want zij verzeilde in een liefdeloos huwelijk met een oudere man.

– “kijk ons nou eens zitten! “ zegt Sa. “Oud, krakende botten en ook nog worstelen met onze gevoelens, onze angst, pijn en wat ons raakte uit een heftig verleden”

‎- Zo leren ze elkaar kennen. Terwijl de winterkou toeneemt en de zon lager zakt, zetten ze veel konijnenvallen, hebben genoeg voedsel en bouwen hun weerstand weer op.

– Rondom hun plek tasten ze een barricade van hout op.

– Iedere dag worden ze vaardiger met de jacht; de handigheid uit hun jeugd komt terug.

–   Ook gebruiken ze hun vaardigheden om van de konijnenvellen dekens, kleding, handschoenen en mutsen te maken. Ze hebben er lol in om ook voor elkaar iets leuks te maken en paraderen ermee in de tent.

– ook zijn ze gestopt met klagen; ze durven voorzichtig blij te zijn en breiden hun jachtgebied uit.

– op een dag lukt het Chidzi een korhoender te vangen en ze schateren om de grappige en spannende actie.

– hoe wisselvallig het weer ook is, stap voor stap wordt het warmer, lichter met langere dagen.

5: EEN VERBORGEN VOORRAAD VIS.

– Nu is de lente in volle gang, en ze leggen grote voorraden aan!. S’avonds zijn ze moe en praten niet veel.

– ‎toch voelen ze zich kwetsbaar, want er kunnen mensen komen! Ze hebben hun vertrouwen verloren sinds die tragische dag !

– Daarom verhuizen ze naar een meer verborgen plek terwijl ze het betreuren het dat ze veel sporen hebben achtergelaten

De muskieten op de nieuwe plek verdrijven ze met hun vuur. Ze hebben vallen op hun ondergrondse voorraadkuil gezet tegen de wilde dieren.

En ze maken een smal pad naar de kreek voor water en visvangst nu het zomer is geworden en een beer wordt tijdelijk hun buurman.

– Ook als de beer weer verdwijnt blijven ze alert.

– Aan het eind van de zomer hebben ze zoveel vis gevangen, en dus maken ze rekken om ze te drogen en alle onderdelen slim te gebruiken.

. – ‎De herfst breekt aan en ze leggen een grote houtvoorraad aan voor de winter.

– ‎Dan breekt de winter aan en de droevige gedachten, die ze in de drukke zomer konden negeren, overvallen hen weer Ze worden stiller en staren in het vuur.

– ‎Ze vullen de donkere dagen wel met het maken van dekens, shawls, mutsen en handschoenen, maar toch sluit de eenzaamheid hen in.

6: VERDRIET IN DE STAM.

Ondertussen lijdt de stam want ze hebben nog steeds een slechte tijd en keren tegen de winter terug op de plek waar de twee vrouwen zijn achtergelaten. De chief ziet met spijt dat er geen spoor meer van hen is. ” Ik had ze terug moeten halen, maar dat had me mijn geloofwaardigheid gekost”

– Hij roept Daago bij zich, een senior die aanzien heeft; “ga de vrouwen zoeken!”

– Daago onderzoekt met 3 jonge sterke krijgers de nabije kampplekken. Hij heeft gezien dat de chief lijdt en zichzelf verwijten maakt.

– Sinds het achterlaten van de vrouwen is de saamhorigheid gedaald en Daago heeft stille hoop om de vrouwen toch te vinden!

– De mannen zijn snel, maar de eerste dag vinden ze niets en overnachten. De 2e dag zijn de jonge mannen ongeduldig, maar Daago ziet iets; afgebroken takken!!

– Hij stuurt de mannen verder op onderzoek uit en bedenkt wat hij zelf zou doen in de plaats van de vrouwen en die richting gaat hij uit!

– Ondertussen denkt hij aan de zeurende, klagende oude vrouwen, hoe zouden die nou kunnen hebben overleven!

– Dan maakt hij toch haast en wuift zijn negatieve gedachten weg.

– ‎Dan…. ruikt hij vuur , dan weer niet, dan weer wel! Het is al donker geworden en hij weet nu bijna zeker dat die 2 in de buurt zijn. Hij rent opgelucht naar de afgesproken plek naar de mannen.

– ‎Ongelovig horen ze zijn verhaal maar ze gaan toch op de rook af.

– De sterrennacht helpt hen om door het bos te gaan. Daago roept de namen van de vrouwen door het stille bos en maakt zichzelf bekend.

7: DE STILTE VERBROKEN.

– De vrouwen zitten bij het vuur en ze praten zachtaardiger over de stam dan voorheen.

– Ze genieten van hun welstand maar het gemis van de groep wordt groter!

– ‎Plotseling horen ze hun namen roepen. Wat!

– Vooral Chidzi bevriest, paniek! Sa zegt: “ kom, we antwoorden, ze vinden ons toch; we blijven strijdbaar! “

– ‎Sa antwoordt op de roep, Dagoo heeft geduldig gewacht met de gedachte dat het ook een vijandige stam zou kunnen zijn. Opgelucht lopen ze naar het lichtschijnsel.

– ‎De vrouwen staan bij het vuur, met de speren in aanslag!

– ‎” We komen in vrede ” . “Dat geloof ik, maar waarom”? Zegt Sa.

– ‎Er moet veel uitgelegd worden. “De chief is ongerust? Zoals vorig jaar zeker!, en hij denkt dat we nog leven, en hij en de rest zullen blij zijn ons weer te zien? “ Chidzi gromt laatdunkend.

– ‎Dagoo voelt de bewondering groeien: dit zijn niet dezelfde vrouwen van vorig jaar.

– ‎”jullie hebben mijn woord dat jullie niets zal worden aangedaan ” zegt hij.

-De vrouwen zien hun honger, geven hen eten maar laten hun achterdocht niet los. Terwijl het verhaal over de slechte toestand van de stam hen diep raakt, spreken ze hun angst uit om wéér achtergelaten te worden.

– Daago zegt zich te schamen voor zijn lafheid van vorig jaar, met emotie in zijn stem.

-“Maar ik zal jullie nu beschermen met mn eigen leven” . Hij herkent steeds duidelijker de kracht van de vrouwen. De 3 mannen vallen hem bij.

– ‎De vrouwen trekken zich terug voor beraad. Kunnen we hen vertrouwen?

– ‎Chidzi is bang dat ze hun voedsel zullen afnemen. Sa zegt dat ze nu hebben bewezen aan zichzelf dat ze kunnen overleven.

– ‎En….de kinderen lijden, ook je kleinzoon.

– ‎Ja, Saa kan altijd de juiste snaar raken.

– ‎Ze keren terug naar de mannen die het hele trieste  verhaal doen en de vrouwen doen hún verhaal van hun overvloed en hoe ze er keihard voor gewerkt hebben.

– ‎”We willen wel delen, maar er zal niet gegraaid gaan worden”.

– ‎Sa vertelt hoe ze het willen: en de mannen luisteren met stijgende achting naar het vlammende verhaal en het voorstel.

– ‎”Jullie blijven in ons oude kamp. Wij zullen het voedsel delen en breng die boodschap maar naar de chief.”

– ‎De mannen mogen blijven slapen en het gekke is, dat de vrouwen zich voor het eerst in al die tijd ontspannen en niet meer alleen voelen en slapen eindelijk rustig..

8: EEN NIEUW BEGIN.

– De mannen gaan terug met eten. De chief wacht vol spanning af en is blij, roept de hele vergadering bijeen. Daagoo vertelt over de vrouwen, het respect dat zij hebben verworven en de belofte tot bescherming die hij heeft gedaan, De chief valt hem bij.

– De stamleden vertrekken om naar het nabije kamp te gaan, ze willen de vrouwen graag ontmoeten en ze zijn vervuld met nieuwe hoop.

-“ ‎Mijn moeder vergeeft me nooit”, denkt Ozi ‎Neli huilend, maar Sroe Zoe is opgetogen. De chief gaat al vooruit met Daagoo.

– De vrouwen zijn koel en zeggen dat ze hun voedsel in gedoseerde porties zullen geven en de chief knikt onderdanig.

– ‎Als de stam de volgende dag bij het eerste kamp aankomt, waar Chidzi en Saa zoveel voorspoed hebben gehad, komt Daagoo met vis en ook bontkleding aanlopen.

– ‎Chidzi heeft nog moeite met haar trots, maar Saa overreedt haar en de stamleden komen in kleine groepjes op bezoek.

– ‎Er worden cadeaus uitgewisseld, het vertrouwen wordt hersteld; nu zijn de oude vrouwen de sterke partij en ze delen ook hun levenservaring en wijsheid, waar ze zich nu bewust van zijn.

– ‎Wie er komen, haar dochter en kleinzoon niet, totdat Chidzi een zachte stem hoort; “ Oma, ik kom voor een knuffel”. Daar staat Sroe Zoe en ze zijn zo blij, ook Sa omhelst hem!.

– “Ze komt heus wel”, zegt Saa, want ze ziet hoe Chidzi lijdt onder de afwezigheid van haar dochter.

-Als de winter bijna voorbij is, vraagt Chidzi zich meer en meer af waarom Ozi Neli maar niet komt.

– ‎Ze bespreekt het met Sroe Zoe, die vertelt hoe ze zich schaamt, ze durft niet en huilt zich oud .

– ‎Chidzi gaat eindelijk begrijpen dat haar dochter ook in de tang zat, had ze geprotesteerd, misschien ook achtergelaten, en ze gaf immers de kostbare bundel babiche! Zonder dat hadden de vrouwen waarschijnlijk niet overleefd. Terwijl ze de arm om haar kleinzoon heen slaat zegt ze, dat ze haar dochter helemaal niet haat en haar graag wil zien!!

– Enorm blij en opgelucht na al die tijd rent hij naar zn moeder en vertelt dat aan haar.

– Dan spoedt ze zich naar Chidzi, ze kijken elkaar aan en vallen huilend in elkaars armen; Sa deelt ook in de vreugde.

– ‎Chidzi loopt weg en ze komt met de bundel babiche terug, fluistert iets. De dochter glimlacht en opnieuw omhelzen ze elkaar.

– ‎De oude vrouwen krijgen een ereplek in de stam, maar ze willen niet al te veel hulp.

– ‎Natuurlijk volgen er meer moeilijke tijden, maar de stam houdt woord en laat geen ouderen meer in de steek.

– ‎de 2 oude vrouwen leven goed tot ze rustig overlijden als tevreden oude mensen.

————————————————

Verhaal in het kort:

2 vrouwen van een stam in het vroegere Alaska worden achtergelaten en aan hun lot overgelaten.

Ze besluiten om zó vechtend te overleven of zó te sterven.

Ze leren hun oude vaardigheden weer op te pakken en zich uit te spreken over hun echte gevoelens.

Zo laten ze het “oud zijn” achter zich en na onvoorstelbare inspanningen lukt het hen om in de onherbergzame winter en de zomer daarna welstand te bereiken die ze tot nu toe niet kenden!

De mensen van de stam hebben spijt en gaan op zoek naar hen.

Uiteindelijk delen de vrouwen hun welstand en hun levenswijsheid en ze keren terug bij de stam, waar ze vredig hun levenswijsheid verspreiden tot aan het einde van hun leven.

Teksten& bewerking van het verhaal gemaakt door Greetje Molenaar Tekencentrum “de ronde kunst”.

De meer inhoudelijke betekenis van dit verhaal is voor mij een doorgaand studie-project. Vanuit de visie van de moderne psychologie zitten alle rollen uit het heldenverhaal in de mens. Niet alleen de held, maar ook de angsthaas, de slechterik, hoe klein of groter dat deel ook maar is! Dat wil ik hier graag delen aan de hand van deze mythe  uit Alaska.

  • laten we kijken naar de hoofdpersonages van het verhaal:
  • De helden zijn er hier twee, de oude vrouwen, Chidzi en Sa. Ze worden uit hun dagelijkse leven geslingerd en ze moeten op weg gaan. Zij vertolken het heldendom dat zo menselijk is als het maar zijn kan. Zoals ze doorzetten en hun vaardigheden terugvinden! Maar ook: hoe ze elkaar de persoonlijke bekentenissen doen over hun jonge jaren en het gezeur tijdens hun stamleven. Daar  nemen ze nu ruimte en tijd voor! Ze worden allebei meer mens! Ze kunnen op een gegeven moment hun boosheid ook constructief gebruiken.
  • Maar…er zijn nog veel meer rollen in dit verhaal, en het is mooi om de kwaliteiten te beschouwen van de dochter, de kleinzoon, de chief, het volk. En later de senior-jager met zijn maten. Ook de beer en de dieren!
  • Als we zo’n verhaal als leerverhaal willen gebruiken is het interessant om al die rollen in één persoon samen te laten komen. En dan kunnen we vragen stellen aan onszelf; Hoe staat het met mijn moed om door te gaan? En….welke kwaliteiten zijn er nog behoorlijk in ontwikkeling, zoals bij Chidzi en Sa, die  hun gezeur omvormen tot dankbaarheid? De dochter en de kleinzoon, die zich schuldig voelen, hoe eerlijk kun je zelf zijn en spreken?
  • Zo wordt elk heldenverhaal een kostbaar document waar we heel veel kostbare lessen in kunnen ontdekken. Bovendien is een verhaal ook weer een veilige tussenvorm om geleidelijk onontdekte gebieden in onszelf op te graven.
  • Gelukkig…..zijn er nog oneindig veel heldenverhalen onder de aandacht te brengen.

TOT HET VOLGENDE VERHAAL OVER EEN PAAR MAANDEN, WANT DE WEG GAAT VERDER, EINDELOOS!